Wielervereniging  ARC Ulysses (Amsterdam)                                                                                                                                          © ARC Ulysses  1921 - 2012

Introductie Club


Met deze internetsite wil de Amsterdamse Renners Club Ulysses u een goed beeld geven van de mogelijkheden die de wielersport in Amsterdam Noord en omgeving biedt. Een aantal zaken komen aan de orde en tevens zijn een aantal wetenswaardigheden op een rijtje gezet


Het draait bij de ARC Ulysses om wielrennen en wordt door nagenoeg alle leden beoefent als breedtesport. Wielrennen is tegenwoordig niet alleen te beoefenen op de racefiets. Ook de ATB sport (mountainbiken) en de baansport heeft onze aandacht. Ons gebied, Waterland leent zich ook voor het ATB'en. Het wordt als clubactiviteit, in combinatie met het veldrijden, voornamelijk in de winter beoefend als voorbereiding op het wegseizoen. De officiële ATB wedstrijden zijn echter zomers door het gehele land te rijden. Voor deelname aan deze wedstrijden is dus eigen vervoer een vereiste. Datzelfde geldt natuurlijk voor het wielrennen op de weg, maar aangezien we in het bezit zijn van een fraai wegcircuit op het Noord Amsterdamse Sportpark De Weeren is de bereikbaarheid per fiets goed. In de winter doen we op hetzelfde sportpark aan veldrijden waaraan dus ook veel ATB-ers deelnemen.


Natuurlijk bestaat de vereniging niet alleen uit wielrenners en wielrensters. Een groot aantal leden rijdt ook nog een aantal buitenlandse toertochten. De zogenaamde cyclosportieve tochten, die voornamelijk in België en Frankrijk plaatsvinden.

Mogelijkheden te over dus, van groot tot klein, want ons jongste fietsende lid is 8 jaar en ons oudste 60 jaar. Als geen andere vereniging richten wij ons natuurlijk op de jeugd, die heeft immers de toekomst. De toekomst van onze vereniging heet Klein-Ulysses, de jeugdafdeling dus. Voor de ouders/verzorgers is deze brochure een leidraad wat er bij jeugdwielrennen komt kijken.

Vanzelfsprekend organiseren wij wielerwedstrijden. Club-en interclubritten, criteriums, tijdritten en veldritten. Op ieder niveau. Van jeugdwedstrijden tot aan grote Elite wedstrijden zoals de Ronde van het Purmerplein en de nieuwe ronde van IJburg.

Om al die activiteiten te kunnen organiseren komt wel het een en ander bij kijken. Variërend van het vinden van voldoende fondsen om een en ander te kunnen financieren tot het in stand houden van een kwalitatief goed kader. Naast dit kader is een groot aantal (buitenbestuurlijke) commissies actief om het allemaal blijvend te realiseren en onze leden in alle categorieën in de gelegenheid te stellen hun sport zo optimaal mogelijk te kunnen beoefenen.


DE CLUB


De ARC Ulysses werd in februari 1921 opgericht. De vereniging kent een lange historie, waarin tal van bekende renners een grote rol speelden. Wat verder terug in de tijd namen als Gerrit Schulte, Harm Smits en Peter Post en van nog niet zo lang geleden De "Moormannen", Zwirs, Rijkenberg en Bouquet, om er maar enkele te noemen. Er is ook een grote groep dames actief bij Ulysses. Trots zijn we natuurlijk op onze behaalde nationale titels op de ploegenachtervolging in 1985 en 1988


DE ACCOMODATIE


Op het Sportpark De Weeren aan de Beemsterstraat in Amsterdam-Noord beschikt Ulysses over een verkeersveilig wielercircuit van 1500 meter lengte. Daarnaast heeft het veldritparkoers een lengte van 2000 meter en is dat zelfs te verlengen. Ook zijn er ATB mogelijkheden, die in kilometers uitgedrukt kunnen worden, maar …..geaccidenteerd terrein dat zult u bij ons niet aantreffen. Onze ATB-ers trekken dus ook richting Schoorl, Limburg en de Veluwe. Aan het parkoers hebben we een gezellig clubhuis met kleedkamers, waarbij de dames over een eigen kleedkamer met douches kunnen beschikken. Tijdens onze wedstrijden is het goed toeven in ons clubhuis.


HET CLUBBLAD


"DE SCHAKEL" Clubblad van ARC Ulysses verschijnt 6 maal per jaar. Hierin vindt u informatie over de wedstrijden in de regio, wedstrijdverslagen van alle categorieën, reportages en interviews. Dit alles is voorzien van vele foto's. Ook kunnen de leden hierin hun zegje doen. Kortom een blad waar iedereen die betrokken is bij de vereniging weer naar uit kijkt.


TOPSPORT


De gelegenheid daartoe is vanaf 1996 aanwezig. Wij voeren in samenwerking met de afdeling sport van het stadsdeel Amsterdam-Noord en de Stichting Topsport Amsterdam een topsport beleid.

Wielrenners/sters vanaf 15 t/m 30 jaar kunnen daar volledig van profiteren. Onze jeugdafdeling Klein-Ulysses wordt daar, zij het zeer zijdelings, bij betrokken. Bij hen blijft het wielrennen, zeker in de jongste categorieën, met een speels karakter beoefend. Toch profiteren zij ook later van de beschikbare kennis en faciliteiten.

Het grootste initiatief, met steun van de Stichting Topsport Amsterdam, is het opzetten van een Amsterdamse elite- neo amateur selectie met onze Amsterdamse zusterverenigingen ASC Olympia  en WTC de Amstel om de amateurwielrenners op clubniveau meer mogelijkheden te bieden. Het streven is om met deze ploeg in de toekomst aan Olympia's tour door Nederland deel te nemen.


TRAININGEN


Dat leren kun je bij ons zeker. Wielrenners/sters zijn individualisten en zoeken vaak, letterlijk en figuurlijk, hun eigen weg. Als je begint, helpt de vereniging daarbij door trainingsadviezen, trainingen en de nodige voorlichting over bijvoorbeeld materiaal te geven. Iedere categorie binnen de vereniging heeft een trainer die dient als aanspreekpunt.


Later willen renners/sters het zelf uitzoeken, maar bezoeken zij toch de trainingen, die door deskundige mensen gegeven wordt. Daaruit pikken zij op wat, naar zij denken, goed voor hen is.

Resultaten onderstrepen echter voortdurend de noodzaak van de trainingen. De jeugdafdeling van de club beschikt momenteel over een groot aantal trainers. Hierdoor kunnen de trainingsprogramma's specifiek op de leeftijd worden afgestemd.


CATEGORIEEN

De wielersport kent een groot aantal categorieën, die leeftijd gebonden zijn. Deze zijn:


- Jeugd - 8 t/m 14 jaar, meisjes en jongens en voor iedere leeftijd een aparte categorie,7 categorieën dus;

- Nieuwelingen - 15 en 16 jaar;

- Junioren - 17 en 18 jaar;

- Amateurs - 19 jaar en ouder;


Deze categorie is weer verdeeld in:

- Beloften(onder de 23 jaar); rijden gecombineerd met Elite

- Elite ;

- Amateur A (mogen deelnemen met elitewedstrijden);

- Amateur B (breedtesporters);

- Amateur C (clubwedstrijden)

- Veteranen, vanaf 40 jaar; onderverdeeld in A B en C

- Nieuwelingen-Dames - 14 en 15 jaar;

- Junior-Dames - 16 en 17 jaar;

- Dames vanaf 18 jaar.


Een categorie gaat in op 1 januari van het jaar waarin men bijv. 8, 16 of 19 jaar wordt.


DE WEDSTRIJDEN


Zoals eerder vermeld bestaan er allerlei wedstrijden. Begin februari houdt Ulysses, als enige vereniging in de regio, een eigen Voorjaarscompetitie om het "clubgevoel" te versterken. Daarna participeert onze club in een zes weken durende reeks van regionale(inter)-clubritten. Na de intreding van de zomertijd rijden wij op de dinsdagavond op De Weeren een serie van avondwedstrijden. Met een onderbreking van een aantal weken gedurende de vakantieperiode duurt dit tot eind september. Buiten de clubritten doen de renners van onze vereniging in verschillende categorieën mee aan criteriums, klassiekers en zelfs etappekoersen in binnen en buitenland. Maar als je zover bent is er al een seizoen achter de rug. Vast staat dat de beginnende wielrenner/ster regionaal veel wedstrijden kan rijden om de nodige ervaring op te doen. De vereniging kan je daarin, ten alle tijden steunen en informeren, maar ook in de wielersport geldt dat de een sneller leert dan de ander.


WINTERPERIODE


In de winterperiode (van oktober tot eind december) wordt door de meeste leden gewoon, als de weersomstandigheden dat toelaten, doorgetraind op de weg. Wel op een lager pitje natuurlijk.

Er zijn geen wedstrijden en aangezien "rust roest" doen veel wielrenners aan veldrijden. Dat gebeurt in wedstrijden die in en rond Amsterdam in de maanden oktober, november en december worden gehouden.

Of ze stappen op de ATB fiets om de vele veldtoertochten, die in het hele land worden gehouden, te rijden.

Dat gebeurd in het weekeind. De vereniging houdt voor de jeugd op een doordeweekse avond in een zaal conditietraining onder deskundige begeleiding. Overigens is wielrennen of een daaraan verwante discipline een zeer individuele sport. Je hoeft niet te trainen, maar doe je dat niet dan zul je in de wedstrijden niet of nauwelijks mee kunnen komen. Discipline is dus vereist. Onder leiding van onze clubtrainer(s) stelt de vereniging je in staat te trainen en worden schema's en adviezen beschikbaar gesteld om je mogelijkheden ten volle te benutten. Vanaf 1 januari 2003 beschikken wij ook over een 8 tal spinners in de sporthal

de Weeren. Hier wordt op donderdag avond getraind door de categorieën vanaf 15 jaar. De jeugd traint

hierop in de winter op dinsdagavond..


Wielrennen is een sport voor doorzetters, dat geldt bij de jeugd ook voor de ouders/verzorgers. Bij deze sport kun je je kind(eren) niet bij de poort van het sportpark afzetten en ze een paar uur later weer ophalen. Jeugd renners van onze vereniging kunnen wedstrijden rijden van februari t/m september in hun distrikt. Dit betekent dat je iedere week ergens in Noord- of Zuid-Holland een wedstrijd kunt rijden. Het ene weekeind is dat bijv. in Hoorn en de volgende week Leiden. Voor ouders/ verzorgers betekent dit dat je vaak van eigen vervoer afhankelijk bent, want je kind(eren) laten meerijden met een ander is niet altijd mogelijk, omdat er altijd fietsen mee moeten. Je hoeft natuurlijk niet wekelijks te rijden, je kunt ook alleen de trainen bij de vereniging, maar ook bij de jeugd geldt, wie niet regelmatig wedstrijden rijdt zal de sfeer van het "echte" wielrennen missen en op een gegeven moment wedstrijd ritme te kort komen.


Als je wilt kennismaken met de wielersport en niet in het bezit bent van een racefiets is er de mogelijkheid om van de vereniging een fiets voor een bepaalde periode te lenen. Op basis van een door de ouder/verzorger te ondertekenen contract en een te storten borgsom kan dan over een fiets van de vereniging worden beschikt. Na inleveren van de fiets wordt de borg geretourneerd. Je mag overigens pas aan een officiële wedstrijden meedoen als je een KNWU-licentie hebt.

De jeugd rijdt in de categorieën 1 t/m 4 met een vast verzet, vanaf categorie 5 t/m 7 mag er met een versnellingsapparaat gereden worden. Dit alles is echter ook weer aan maximaal af te leggen afstanden gebonden. De jeugd-commissie kan je alles vertellen over verzetten en wedstrijdafstanden per categorie.


Bent u geinteresseerd? Neemt u dan contact op!


Historie


80 jaar A.R.C. Ulysses geschreven door Bertus Raats


De Amsterdamse Renners Club Ulysses opgericht 21 februari 1921.

Ulysses bestaat in februari 2002 dus 81 jaar. Voor mensen de leeftijd der zeer sterken. Diamant met een gouden randje of zoiets. Maar dan is het eind in zicht. Niet voor Ulysses want waarom zal er nog niet eens 80 jaar bijkomen. Uw en mijn kiezen zijn dan bij wijze van speken al versleten.

Een eigen website -wie sprak er van oud?- is een goede gelegenheid om vooral de nieuwe leden, althans de leden die een paar jaar geleden lid werden, in de komende clubbladen die afgelopen 80 jaar in vogelvlucht of is het rennersdraf uit de doeken te doen.


Het jaar 1921


Hoe kwam Ulysses ter wereld. Wel de heer Meij, een ontevreden ex-bestuurslid van Olympia, deed via sportbladen een oproep om een nieuwe vereniging op te richten. Met inzet van een aantal wielerliefhebbers, waaronder Joh. Heck, werd onze vereniging in het ‘groene kamertje’ van het Amsterdamse American Hotel aan het Leidseplein opgericht. Eerste bestuur; de heren Heck, Hendriksen, Dubois, Meij, Meinema en Magnee.

De naam voor de nieuwe vereniging was snel gevonden. In die tijd reed de Jonkheer Bosch van Drakensteijn onder allerlei schuilnamen wielerwedstrijden. Z´n ouders mochten er eerst helemaal niets van weten. Vandaar. Onder de naam Ulysses ofwel in het Latijn Odysseus behaalde hij grote successen. Ulysses was een Griekse held aan wie de inname van Troje (met dat houten paard weet u wel) te danken was. Hoe dat ging vindt u ook in het jubileumboek vermeld.


Hoge Hoeden Club


De eerste langeafstandskampioen werd in 1922 Jan Vleghaar, terwijl J.J.E.Höhle de titel op de sprint pakte. In 1922 organiseerde men de betrouwbaarheidsrit van Amsterdam naar Deventer en weer terug tot Laren. 190 kilometer werd op 9 juli van dat jaar gefietst door 51 deelnemers.

Vele grote namen passeerden de revue in de 20-er en 30-er jaren. Van der Aar, Van Boven, Appel, Groot, maar ook Adema, Dompeling, Romijn, Overdijk, Rikse, Roele, De Graaf, Hiddes, Ben Schulte, Bosman en de eerder genoemde Vleghaar. Chris Gootjes bezat een eigenaardig record. Amsterdam-Antwerpen met autogangmaking in de tijd van 5 uur en 25 minuten.

In die jaren verschafte de club –net als Ulysses de afgelopen 25 jaar kon doen door clubsponsoring- keurige blauw-zwarte kleding. Eenduidige kleding vond men noodzakelijk. Als er vergaderd werd in het American dan mochten renners wel komen, maar in donkere kleding. blauw-zwarteDat leverde een gouden bondsmedaille op en de eeuwige bijnaam; de Hoge Hoeden Club.

Later vergaderde men Café-Restaurant Doon aan het Rembrandtplein. In 1929 werd de vereniging koninklijk goedgekeurd en heette vanaf toen, in plaats van Amsterdamse Sport Ulysses, Vereniging Amsterdamse Renners Club Ulysses.


Organisatie wedstrijden


Ook organiseerde men van meet af aan wedstrijden voor zover dat toegestaan was. Er gold in die tijd een wedstrijdverbod tenzij de overheden toestemming verleenden en dat ging zeer bij mondjesmaat. Vanaf 1922 waren dat meermalen de Lenterit (Amsterdam-Arnhem vv), de Zomerrit en de Herfstrit. De eerste werd zelfs in 1955 nog eens georganiseerd.

In 1931 behaalde men de felbegeerde clubtitel van Noord-Holland. Onze provincie was toentertijd een toonaangevende met bekende wielerclubs als Olympia, De Germaan en Excelsior.

In 1932 werd Klein-Ulysses opgericht. Voor rennertjes vanaf 12 jaar en was van hen onder meer Gerrit Schulte lid geworden. Op zijn veertiende jaar begon kleine Gerrit serieus met wielrennen. We zijn dan inmiddels half dertiger jaren aangekomen.


Clubkampioen van Noord-Holland


Een jaar voor de oprichting van Klein-Ulysses bestond de club 10 jaar. Het leek wel een cadeautje van de renners, want de club haalde de fel begeerde clubtitel van Noord-Holland. Onze provincie was in die tijd zeer toonaangevend met clubs als Olympia, Excelsior, De Germaan en zo meer. Joop Steenhuis, Bertus De Graaf, Minus Roskam, C, Stroop en Joop Hiddes grepen die titel. De club had meer kanjers. Jac. Roele (11e WK voor amateurs in 1933), maar ook Ben Schulte en Jan Mul.


Gerrit Schulte


Bij Jac. Roele begon de loopbaan van Gerrit Schulte. Gerrit reed in de rit Laren-Echoput Apeldoorn vise versa van 1934 Roele naar huis. Roele was gedemarreerd en reed lang voorop. Schulte, toen nog clubamateur, en de anderen lieten hem uitrazen en toen Roele was teruggepakt ging de jonge Gerrit. Om als eerste te finishen.

Schulte vierde in die jaren voor de Tweede Wereldoorlog grote successen. Hij wint onder meer in Zurich, Lyon, De Grote Prijs van Europa, het Criterium der Azen in Longchamps, maar ook Vinkeveen en Purmerend. De laatste race was toen zelf een selectiewedstrijd voor de Tour de France. Nadat hij Antwerpen-Gent-Antwerpen gewonnen heeft geeft de Franse journalist Gaston Bénac hem de bijnaam ‘Le fou pedalant’, de fietsende gek. Ulysses met geweldige bestuurders als Simon Vroom, Joh. Heck, (beiden oprichters) en Jan Mul is terecht trots op ‘haar’ Gerrit Schulte.


Tweede Wereldoorlog


De oorlog dreigt in 1939 en moeten talloze jonge mannen in dienst. Zij worden gemobiliseerd heette dat toen. In 1940 breekt de oorlog uit. Wielrennen komt op een laag pitje en ondergaat de club de oorlog slapend. De leden, ook van andere clubs, rijden te gast bij Le Champion dat wel in gang kan blijven. Op zeer beperkte wijze worden nog wedstrijden georganiseerd. Het is in die tijd heel dubbel, want Schulte en andere grote renners blijven gewoon hun wedstrijden rijden. Ook in Duitsland. De bezetter dus. Over die periode staat een en ander in mijn boekje over het Amsterdamse wegwielrennen.


Club komt weer op


Na de oorlog start de club weer op. Met behulp van Tip de Bruin. Hij vertelt; “Ulyssesbestuursleden kwamen bij mij of ik tegen Joop Harmans –ter promotie van de club- een hometrainerwedstrijd wilde rijden. Ik werkte voor de krant en kon dus wat reclame maken. Ik rookte toen nog een pakkie Belgische shag per dag en was dat fietsen tegen Joop die een paar jaar later 50-kilometerkampioen werd, niet veel. Maar goed, de club leefde weer op”, aldus de Noordamsterdammer. In 1946 vierde de club dan ook haar bescheiden zilveren jubileum.

In 1948 wordt Schulte wereldkampioen op de achtervolging. In Amsterdam op het Olympisch Stadion. Fausto Coppi, toen al een legende, moest in Gerrit zijn meerdere erkennen.


De familie Smits.


In die periode komt ook Harm Smits op. In 1943 wordt hij amateur, wint in ´48 de wedstrijd rond de Bosbaan en behaalt talloze overwinningen in binnen- en buitenland. Op de weg en op de baan. Met Peter Post wint hij de Zesdaagse van Detroit.

Harm droeg ook tot zijn dood toe bij aan het wel en wee van Ulysses. De bekende Harm Smitsbeker moest op zijn initiatief worden verreden als een handicaprace. De jongsten eerst van start, twee minuten later weer de volgende groep en vier of vijf minuten later de amateurs. Kilometer of dertig en wie het eerst terug was had gewonnen. Vaak werd die tijdsachterstand niet goed gemaakt en won een beginnende renner. Precies zoals Harm het bedoelde. Nu is de wedstrijd een tijdrit geworden.


Zijn broer Joop gaat ook fietsen. Wel aardig, maar stopt hij veel eerder en gaat hij zich bij Ulysses -nagenoeg tot zijn dood in 2000- verdienstelijk maken als bestuurder. In talloze functies. Ooit een ouderwetse penningmeester die de contributie iedere maand bij de leden ging ophalen. Aanbellen, drie trappen op, geld in of horen dat het deze maand een beetje krap was, drie trappen weer naar beneden en op het fietsie verder naar het volgende lid. Of als voorzitter onder wiens leiding de club in 1976 haar eerste clubsponsor binnenhaalt. Ulysses was daarmee een van de eerste wiwlerclubs met een clubsponsor. Onder zijn voorzitterschap boekt de club later grote successen.


De vader van Joop en Harm was een veteraan geweest. Op oudere leeftijd fietst Harm Sr -op een gewone fiets- mee met echte wielrenners om zodoende ook zelf wedstrijden te gaan rijden. Later hield hij de jonge renners scherp. Tijdens de ledenvergaderingen in het Café van Reuter. Waarschuwend vingertje omhoog met; “wil het bestuur de renners waarschouwen dat ze op de donkere Haarlemmerweg met een lichie op rijden. Anders is het levensgevaarlijk


Organiseren van wedstrijden


De vereniging organiseert er intussen weer lustig op los. Naast de vele clubritten in de polders tussen Purmerend, Edam en Ilpendam ook de Lenterit (1947), de Ronde van Frankendael, van het Florapark, de Ronde van de Kinkerbuurt, Transvaalbuurt, de Midden-Beemster. En de ronden van Volendam en Edam!

De club organiseert in 1947 ook weer de Lenterit en in de latere jaren nog meer wielerronden. Ronde van Frankendael (bij het Amstelstation), de ronde van de Transvaalbuurt. Kortom, de vele Ulyssianen konden fietsen.


Renners als Willy Koster, Piet Bik, Arie , Willem Augustin, Hannie Moorman, maar ook Hennie Marinus, Lode Stoete, Bennie Muller, Dirk Olivier, Harrie Moolenijzer en Peter Post. Inderdaad de Keizer van de Zesdaagsen. Ooit begonnen bij Ulysses, maar na een aantal jaren overgestapt naar het toen grote Olympia. Als je daarbij reed had je meer kansen dachten veel renners. Die waren er, maar moesten je benen het doen. Peter Post deed dat met een enorm karakter dus bijvoorbeeld. Inderdaad als lid van Olympia.


De toekomst


Vele anderen bleven in die periode van de jaren vijftig de clubkleuren -wie weet nog dat ze blauw/zwart zijn?- trouw. Begin vijftiger jaren kwamen immers de jonge renners van Klein-Ulysses over naar de groten en vierden ook zij successen. Zo nam de KNWU in 1954 het initiatief over van Klein-Ulysses-bestuurder Jan te Paske om renners van 14, 15 en 16 jaar als Adspirant-renners te beschouwen. Een eigen categorie met eigen open koersen. En dát heeft de ‘rest van Nederland’ geweten. Ulysses-renners als Ed Bouwman, Hennie Marinus, Hennie Musch en Henk Sluyter behaalden successen in die wedstrijden.


In clubritten in die jaren lezen we bij de jongsten intussen ene Huenders. Vinus Sr dus. In juni jongstleden (2001) nog bezig met schoolwielrennen. Je zou het clubliefde kunnen noemenen komen we de namen tegen van Ad de Vries (lang voorzitter en nu ere-voorzitter), John Rijkenberg, Wim van Smirren, Vinus Huenders, Cees Rabe, Henk Barbiers om maar een stel te noemen. Ook het bestuur is al jarenlang van grote klasse; Gerrit Haxe, Nard Spierenburg, Barend Brink, Jan Ottenhof, Willem van Rossum. Ook oudrenners al Arie van der Neut, Willem Augustin en Hannie Moorman.


De eerste clubvlag


Over die clubkleuren gesproken. In het clubhuis hangt een vlag –dundoek is een veel betere benaming als je hem ziet-. Aan een prachtige stok waar bovenop een knop zit in de vorm van het Amsterdamse wapen. Teruggevonden bij de renovatie van het Burgerziekenhuis aan de Linnaeusstraat. Door ons lid Harrie Oppenhuis in triomf naar het clubhuis gevoerd. Een herinnering aan vroeger. De vlag is waarschijnlijk uit de tijd van de oprichting !!


De 60-er en 70-er jaren


Zeer snelle Ulyssianen kenden we in de jaren zestig. Maar ook ijzersterke bestuurders. Willem van Rossum. Hij kwam uit de voetballerij en had geen cent sjoege van wielrennen. Maar een club leiden kon hij als de beste. Altijd in de weer om de club op te stuwen. Geen initiatief onbenut latend. Schoolwielrennen, nieuw parcours, Luilakronden of een open koers in Tussenmeer of op het Purmerplein.

Willem van Rossum draaide er met bestuurders als Joop Smits, Gerrit Haxe en Nard (B.W.) Spierenburg de hand niet voor om. Haxe, Spierenburg en ook Jan Boere jureerden de Ulyssianen in de vele clubwedstrijden die werden verreden in de polders bij Purmerend en Ilpendam. Historische wielergrond weet u nog wel.


Snelle jongens


De snelle jongens waren Gerard Koel en Jan Schep, maar ook Hennie van der Velden, Dikkie Harff en de helaas veel te jong overleden Piet Jong (ook jarenlang penningmeester!) werden ook talrijke toernooien gewonnen op de hometrainer. In die tijd werden in de winter ettelijke toernooien verreden in die discipline. Trouwens de club ‘cyclocrosste’ toen ook al. Ieder zondag naar de Midden-Nederland-competitie of een eigen competitie in het Amsterdamse Bos. Toen in de hoofdstad al voortrekkers in het veldrijden. Dat veel later een vervolg kreeg in het Vliegenbos in Amsterdam-Noord.


Nk-brons op ploegachtervolging


In die 60-er jaren was Gerard Koel de beste renner in de club. Hij was een goede wegrenner maar nog beter baancoureur. Titels op de sprint, maar ook met Ulysses kampioen van Nederland op de hometrainer. Later brons op de OS in Rome op het nummer ploegachtervolging. Op dat nummer hielp hij Ulysses aan het NK-brons. Met Ton Oosterveld, Piet Buijsman en Bertus Raats.

Later wint Koel als beroepsrenner met Jan Janssen de zesdaagse van Madrid. Na zijn wielerloopbaan rijdt hij in de Tour de France de NOS van de start naar Parijs. Niet een keer, maar meer dan 25 keer en huldigde Leblanc hem daarvoor.


Talentvolle nieuwelingen


Maar ook op de weg kwam Ulysses mee. Arie van der Neut fietste ook nog steeds. Tegen de vijftig, maar in de club er niet af te krijgen. Ondergetekende smaakte twee keer het genoegen clubkampioen te worden. De tweede maal in 1963 zat Arie er in de eindsprint weer bij. Hij had mijn vader kunnen zijn, maar Arie had nog steeds klasse en konden we hem er met geen mogelijkheid afrijden.


Het is ook de tijd van de ploegentijdritten. Zilveren Domtoernooi in Wijk bij Duurstede en het Zilveren Molentoernooi in de Wormer. Ulysses haal hier ook successen in. Vele jonge talentvolle nieuwelingen fietsten toen in de Ulysseskleuren. Bennie Schulte, Cobus Robijn, Pietje Buijsman, Cees Hennis en Peter van Bronkhorst. Peter had een kanjer kunnen worden. In 1964 clubkampioen, in 1965 derde in het 50-kilometer-kampioenschap van Nederland, maar maakte een noodlottige val enkele weken later op het Olympisch Stadion een eind aan dat jonge leven. Dit drama had tot gevolg dat later een aantal van zijn fietsende vrienden de wielersport vaarwel zeiden.


Bij de amateurs spreken we in die jaren over Vinus Huenders, Ad de Vries, Louis Vink, Ton Oosterveld, Pieter Buijsman, Hennie Langelaar, Cees Pootjes, Bertus Raats, Cor Smits, Cees en Frits Rabe, Gerrit Kohn en vele anderen. Van hen namen een aantal later bestuursfuncties in.


Vliegenbos


aan elkaar getimmerd door ouders van de jeugd. Want intussen was in Noord weer de interesse gewekt van de jeugd en wilden die het beste voor de club en hun fietsende koters. Ook leden hielpen het clubhuis mee bouwen. Altijd was er wel iemand die op een of ander gebied expert was.

Mij zelf staat het graven van de put voor de sceptictank nog goed voor ogen. Daar waren wij geen expert in, maar zei Jan Boere ons hoe het moest. Over het plaatsen van dat ding maar niet gesproken. Hij zorgde er trouwens voor dat we een fraai houten ‘Wiener Wald’-interieur kregen. Ander meubilair en wat al niet kwam via Piet Hoopman bij de HBM vandaan dat clubhuis binnen. Als je heel hard HBM riep dan stortte het hele zootje in elkaar.


Jeugdwielrennen


In het Vliegenbos, ook al historische wielergrond, mocht Ulysses wedstrijden rijden en groeide de club daar uit zijn voegen. Er was nu de mogelijkheid om een weer een jeugdafdeling in het leven te roepen. Klein-Ulysses. Voorzitter bij die jeugd werden onder meer Joop Smits, Ad de Vries en Piet Hoopman. De volgorde is misschien niet goed, maar zetten zij zich in voor de jeugd. Vooral Piet Hoopman kan boeken schrijven over het fenomeen jeugdwielrennen. Daardoor kwamen de vaders van fietsende Ulyssiaantjes in het bestuur van de club. Piet Hoopman die in velerlei functies de club diende, maar ook Jan Wentink die 19 jaar penningmeester was.


Veldrijden


Het is ook de tijd dat het al eerder genoemde veldrijden een plaats gaat innemen. Jarenlang wordt er in het ‘bos’ gecrosst. Door de vette klei en over de zandpaden. Vele generaties crossers hebben daar goede herinneringen aan. Zo was Ulysses jarenlang (misschien wel een jaar of vijftien) de enige Noordhollandse club die deze discipline beoefende. Logisch dat evenzovele jaren het Provinciale kampioenschap en het Amsterdamse kampioenschap hoogtepunten waren.

In de jaren zeventig lezen we andere namen. Alhoewel. Nog steeds Vinus Huenders en Gerrit Kohn die inmiddels ook al ‘honderd’ jaar bestuurslid is. Ook anderen. Cor Spanjer, André Stuyfersant, Roel Vinke (hij was ijzersterk en werd ook eens clubkampioen), Ted Smits die in 1973 sprintkampioen werd, maar nooit werd vermeld in het jubileumboekje 75 jaar Ulysses (1996).



Geen vette jaren


Het waren overigens rond het 50-jarig bestaan in 1971 geen ‘vette’ jaren, maar in 1976 plukte Ulysses de vruchten van de wielerschool. Joop en René Smits, Pieter Hoornstra en Peter Buijs waren jonge kanjers. Zij werden in het kampioenschap van Nederland voor clubs in de B-categorie vierde. Met een beetje meer mazzel was het een podiumplaats geworden.

Over voortrekkersrol gesproken. Ulysses was een van de eerste wielerclubs die een clubsponsor hadden in 1976 en 1977. Brilservice. Dit bedrijf zal door de inspanningen van oud-lid Klaas Spackler Ulysses de komende jaren wederom financieel steunen. Je zou het clubliefde kunnen noemen.

Liefst twintig jaar koersten Ulyssianen in dat mooie blauwe shirt met witte band. Ook nadat de firma Couton in 1978 het clubsponsorschap op zich nam. Via inmiddels oud- maar wel erevoorzitter Ad de Vries kreeg Jan Couton interesse in de club.

Deze zou in de jaren tachtig een enorm groei kennen. Door die sponsoring -achttien jaar !! en daarmee ‘wereldberoemd’ in Nederland- kwamen vele jonge renners naar de club. Maar ook hadden we eigen kweek. Zij luidden een vette periode in. Voor de club van Couton en van Zeg ´ns AA. Van de gebroeders Moorman, Bob Rijkenberg, Ton Zwirs, Harrie Oppenhuis en Daan Bouquet.


De 80-er jaren


Als in 1978 het bouwbedrijf Couton clubsponsor wordt, kan niemand vermoeden dat dit liefst achttien jaar zou duren. De club is niet echt groot, maar wel organiseert wel wat wedstrijden zoals de Ronde van Osdorp (Tussenmeer). De club heeft een paar jonge talenten. De gebroeders Joop en René Smits, Pieter Buijs, Pieter Hoornstra. Naast de gevestigde cluborde met onder meer Harrie Oppenhuis, Fred van der Lans, André Stuyfersant, René Gomes, Robert Wentink, Rob Hakkert, Peter van Bleijswijk, Rob van de Puttelaar en Jacco Jurriaans, maar ook de gebroeders Moorman.


Radio- en TV-optredens


De club doet mee aan een sportkwis op de radio. Daartoe neemt Vinus Huenders een spandoek mee. Het kon echter niet door de microfoon. Later doen we mee aan de Frank Kramershow. Vraag niet hoe het allemaal ging. Het overkwam ons.

Net als eind jaren tachtig. Dan wil de VARA Ulysses als blikvanger voor haar serie Zeg’s Aa. Koos Dobbelsteen (John Leddy) is in die serie lid van de club en vinden opnamen plaats in het gezellige clubhuis in het Vliegenbos. De populariteit van de serie is groot. Die van Ulysses kent letterlijk geen grenzen. In België wordt na weer een overwinning van een van onze renners steevast gerefereerd aan; de club van Zeg’s Aa.



De Moormannen


Rik Moorman is een topamateur. Bij Gazelle. Maar wel in dienst van Erik Breukink. In de criteriums voert hij, later samen met broer Ralph, een schrikbewind. Ook op de piste is de oudste Moorman, wiens vader Hannie een verdienstelijk amateur was en ook vele jaren even verdienstelijk actief in het bestuur van Ulysses, een kanjer.

Vier nationale titels, naar WK’s (’81 tot en met ’86) en ook Olympische Spelen (’84). In 1985 haalt hij wedstrijdleider Peter Post uit de problemen door in de Zesdaagse van Rotterdam als amateur de plaats van een zieke prof in te nemen. Niet de minste in het veld, maar desondanks geen verdiend vervolg voor Rik’s carrière -met 70 overwinningen- op de fiets.

Broer Ralph’s carrière is even imposant. Hij wint meer dan 100 wedstrijden. Met vier nationale titels, Nederlandse klassiekers en vele criteriums. Hij rijdt zes WK’s en wordt beroepsrenner bij ‘Stuttgart’. Voorloper van de Telecom-ploeg. Hij breekt echter niet door. Hij kan niet bergop. Een tweede plaats in de sterkbezette Tour de l’Oise is zijn beste prestatie.


Ulysses kampioen in 1985 en 1988


Beiden zetten Ulysses na jaren weer op de wielerkaart en behaalt Ulysses in 1985 de nationale titel op de ploeg-achtervolging met de Moormannen, Rob Rabe en Vinus Huenders. Rik coacht Ralph, Bob Rijkenberg, Ton Zwirs en Peter Bouma in 1988 weer naar de titel.

Met Bouma wordt een talentvolle junior gemeld. Als amateur rijdt hij nog slechts een seizoen. Dennis Huenders komt wel verder. Wint als junior, maar ook als amateur de Ronde van Rheinland Pfaltz. Mike Kuipers is ook zo een. Kan bergop en doet dat als amateur ook winnend.



Bestuursleden geëerd


Oud-bestuursleden Gerrit Haxe en Jan Boere blijven actief als jurylid. Ook voor Ulysses en ontvangen beiden van de KNWU het Zilveren Wiel voor hun inzet van tientallen jaren. Eigenlijk ook winnaars die er met anderen voor zorgden dat de vele clubwedstrijden (weg en cross) in het Vliegenbos (vanaf 1968 tot en met 1991!) een goed verloop kenden. Naast het vele werk dat zij in het bestuur verrichtte achter de schermen. Niet helemaal onzichtbaar dus.

Net als Joop Smits Sr. Overkomt. Als hij zestig jaar lid is van Ulysses eert de gemeente Amsterdam hem met een gouden speld en een oorkonde. De KNWU eert hem ook al met een gouden speld en blijft het Stadsdeel Amsterdam-Noord niet achter met een speciaal geslagen penning.


Renners -met Ton Zwirs voorop- winnen klassiekers

Veel winnaars kende Ulysses op de fiets. We noemden al de gebroeders Moorman. Het zijn winnaars van vaderlandse en Belgische klassiekers, waarin vooral Ton Zwirs, Bob Rijkenberg, Daan Bouquet, Bert Spoor, Hennie Beijer en ook Ralph Moorman uitblinken.

Ton Zwirs die een echte kans om beroepsrenner te worden niet durft te verzilveren, wint ,naast zeven klassiekers, voor Frans Maassen de internationaal hoog aangeschreven Ronde van Luik. Ook het ploegenklassement gaat naar Ulysses. Gastrenner Pierre Duin wint de ronde later ook voor Ulysses.


De club rijdt verder Olympia’s Tour en krijgt uitnodigingen voor de buitenlandse open wedstrijden. De Leeds Classic, Ronde van Zweden en veel meer. Let wel als amateurclub met zeer deskundige begeleiding, maar dat waren ook mensen die een werkkring van 40 of meer uur hadden. Veel werk is toen verzet om de club op dat niveau handhaven.

Mede door de sponsoring en vooral inzet van de genoemde ploegleiding -met John Rijkenberg, Joop Driessen en Kees Jesse- zijn in die jaren ’80 veel successen in binnen- en buitenland te noteren. De zeges (ook per ploeg) in de Internationale Ronde van Luik –tweemaal zelfs- mogen hoogtepunten heten. De club heeft een enorme aantrekkingskracht door dat internationaal wedstrijdprogramma. Goede renners vragen dus overschrijving naar Ulysses.

Ook renners als Arno Hoopman, Tonnie Teuben, Hennie Beijer, Marc Krook, Wil Stoppelenburg, Carlo Nan, Carlo Raaymakers Gerrie Smit en Jaap van de Brink laten zich tot winnaars huldigen in vele criteriums.


Aanvaller Daan Bouquet


Vooral Daan dwingt respect af door zijn manier van rijden. Aanvallen en nog eens aanvallen. Maar vooral ook het karwei afmaken. Dat kon Daan en deed hij dat in drie klassiekers. Niet alleen in de club kende Daan Bouquet daardoor supporters, maar ook in den lande. Waar Daan startte kon op vuurwerk gerekend worden. Dat hij verbaal ook zijn mannetje stond was een plezierige bijkomstigheid. Een Ulyssiaan in hart en nieren. Letterlijk van zijn eerste tot de laatste meter.

Anderen komen intussen in beeld. Pieter van Huizen, Michael Voogd, Roy Snijders.


Vrouwen op de fiets


De club kende ook goede wielrensters. Schaatsenrijdsters uit Noord stappen op de fiets. Gerrie Burger, Gabrielle Pelle, Mireille Roelofs die later jammerlijk omkomt bij een vliegtuigongeluk, Henriette Hartog en niet in de laatste plaats Janneke Dickhout. Zij is ook een goed marathon-rijdster.

Een damesploeg in de tijd dat het dameswielrennen in de kinderschoenen staat. Daar brengt Manon de Rooij voor Ulysses maar natuurlijk vooral voor haarzelf verandering in. Zij rijdt in de nationale selectie, boekt talloze successen in binnen- en buitenland. Op Nk’s is alleen Leontien van Moorsel de betere. Ons lid Leendert Pot (heel af en toe nog op de fiets) heeft over haar een fraaie documentaire gemaakt.



Meike de Bruijn nam later dat vaandel over. Ook in de nationale selectie en vooral bergop heel sterk gezien de vele successen in buitenlandse meerdaagse wedstrijden.

In 1990 verhuist Petra Grimbergen naar Amsterdam en wordt lid. Nationale selectie, nationale titels. Internationale successen. Op de fiets én op de schaats. Want als marathonrijdster behoort ze al jaren tot de top. Tot de dag van vandaag


Wereldkampioen organiseren


Het bestuur deed niet minder. We werden ook wel wereldkampioen organiseren genoemd. Alles wat de laatste vijf en twintig jaar op wielergebied in Amsterdam en soms ook daarbuiten is gebeurd kwam vaak uit de koker van Ulysses. De Profronde van Diemen en later de Profronde van Amsterdam op het Damrak (ooit 108.000 passanten!), maar ook de criteriums in Tussenmeer, Purmerplein, Diemen, een paar maal Elandsgracht.

Er werd gefietst op de kombaan van de autofabriek van Ford. Maar ook ter gelegenheid van de opening van de Gaasperdammerweg de Floriade-tijdrit en weer later met de opening van de Zeeburgtunnel de Omloop van de Ringweg. In samenwerking met Rijkswaterstaat.


Renners praten er nu nog wel eens over. Zes maal organiseerde Ulysses de nationale Club Kampioenschappen in Almere waar ook de befaamde RIH-tijdritten werden gehouden.. De laatste tien jaar van de vorige eeuw hadden wij de wielertechnische inbreng bij de RAI Dernyrace. Ooit begonnen als Teleport Dernycriterium. Tien jaar lang (tot 2000 werd deze dernykoers met wereldvedetten aan de start georganiseerd) spekten bijna honderd Ulysses-vrijwilligers door hun inzet de clubkas.


Schoolwielrennen


Schoolwielrennen heeft al jaren de aandacht van het bestuur. Vanaf 1970 tot nu toe. Jeugd in Beweging en Topscore. Terecht moet een sportclub niets na laten om leden te werven. Onze fietsende leden Erwin Dee en Florian Smits steken nu in die projecten tijd, en vooral kennis.

Met de finale van de jaarlijkse schoolwieler-wedstrijden altijd op het immer gezellige Purmerplein was het vele jaren feest. Onder het oog van ouders, ooms, tantes, opa’s en oma’s streed de jeugd voor wat ze waard was. Velen werden lid. Leden die eerst in het Vliegenbos fietsten en vanaf 1991 op De Weeren.

Daar werd toen door veel vrijwilligers het huidige clubhuis neergezet en van faciliteiten voorzien. Dat hield in; geulen graven voor water, riool, gas, licht, telefoon, er moest binnen en buiten ‘getegeld’ worden, geschilderd, verbouwd en wat niet meer. Mooi werd het en geruisloos in gebruik genomen. Zonder fanfare en officiële opening.


Nieuwe sponsor Febo


Nadat de firma Couton met haar sponsoring stopte (het bedrijf ging over in andere handen en liet BK-Bouw als snel weten niet verder te willen). Febo was al heel lang een adverteerder bij onze wedstrijden in Noord en werd nu onze hoofdsponsor. Jan en Maartje van Ingen’s zoon Henno fietst bij de club en met enkele Febo-bedrijven wilden zij sponsoren. Voor vijf jaar en met een aantal kleine sponsors.

Een nieuw clubshirt deed in 1996 haar intrede. De laatste jaren worden daarin geen grote successen genoteerd. Dat hoeft ook niet, want de tijden veranderen. Maatschappelijk succes is broodnodig, want je moet wel een hele goede wielrenner zijn om te slagen. Nu hebben we renners als Steven Mollee, Roy Snijders, Erik Berk, Florian Smits, de gebroeders Blakborn, van wie Willem al een aantal malen club-kampioen op de lange afstand is geworden, en ook Arnoud van Groen die weer terug is op het oude nest.


De balans valt bij ons naar de breedtesport. Maar topsport is ook mogelijk. De beschikbare faciliteiten geven daartoe de gelegenheid. Verhoging van prestatieniveau (als breedte- of topsporter) leidt sowieso tot groter ‘fietsplezier’. En dàt hebben tientallen Ulysianen in de afgelopen 80 jaar Ulysses gehad.

Met een hardwerkend bestuur, leden die buiten-bestuurlijk actief zijn op diverse gebieden, hoofdsponsor Febo en sub-sponsor Brilservice zit de vereniging voor de eerste vijf jaar gebeiteld. Wat zeg ik. Op naar de volgende 81 jaar.

Bertus Raats


Historie clubkampioenschappen


De historie van het clubkampioenschap.

Een jaar na de oprichting van de Amsterdamsche renners club Ulysses besloot men om net als andere clubs een kampioenschap lange afstand op de weg te organiseren. Een logische benaming in die tijd, aangezien er al ook kampioenschappen korte afstand, de sprint dus, op de grasbaan en diverse baankampioenschappen zowel kort, lang alsmede met gangmaking achter motoren en zelfs levende gangmaking ,de zogenaamde Quint waren. De eerste clubkampioen uit de geschiedenis was Jan Vleghaar die een jaar eerder al de eerste door de club georganiseerde wedstrijd ,de lenterit Amsterdam-Arnhem op zijn naam had geschreven. Vleghaar was tevens expert in gras-baanraces. Niet verwonderlijk overigens want we praten over 1922 en plaats van handeling was de Eempolder.Een jaar later ging de titel naar Rein Adema en in 1924 was het Joop van de Aar die Vlietman klopte. Toprenners in die tijd want v/d Aar werd een jaar later kampioen van Nederland op de weg bij de amateurs en 4e bij het wereld-kampioenschap. Vlietman op zijn beurt werd afgevaardigd naar de Olympische spelen van Parijs. Na Jan van Boven die in 1925 zowel kampioen op de kort en lange afstand werd, komen we uit bij Willem Dompeling die titelsbehaalde in de jaren 1926-1927 en 1929. Dit kunstje deed Jan Roele hem na in 1930,1931 en 1936. Roele was in 1933 ook al 11e geworden bij het WK voor amateurs op de weg. In die jaren werd het clubkampioenschap ook wel ingepast in bestaande wedstrijden als de lente- of herfstrit die vaak vanuit Laren of Hakkelaarsbrug over de Veluwe, Arnhem en Deventer weer terug naar de Eempolders gingen. of de vermaarde Kikkert-beker .de eerst aankomende Ulysses renner was dan clubkampioen . Na Bas Bouquet, Bosman en de Fost komen we de legendarische Gerrit Schulte tegen, op 22 september 1935 word de dan 18 jarige Gerrit Schulte kampioen in de Beemster door de hele afstand van 100 km alleen vooruit te rijden en met minuten voorsprong te winnen. Over Schulte, die altijd lid van Ulysses is gebleven en in de jaren 50 nog wel eens aan de start kwam bij de nationale kampioenschappen, kunnen we bladen volschrijven .In 1937 word hij prof, een jaar later wint hij een etappe in de Tour de France , wint 19 zesdaagsen, vier keer word hij nationaal kampioen op de weg, negen keer op de achtervolging en in 1948 zelfs wereldkampioen op dat onderdeel in het Olympisch stadion tegen Fausto Coppi. In 1956 als 40 jarige behaald hij nog een 3e plaats op het wereldkampioenschap voor profs op de weg en als stopt pas als 44 jarige. Na een dubbelslag van Gerrie Loos in 1939 en 1940 en Piet Bik in 1941 komt het clubgebeuren in de oorlog 4 jaar stil te liggen. Daarna komen we nieuwe namen tegen. Plaats van handeling is dan de polder bij Ilpendam wat vanaf dan heel lang het strijdtoneel zal zijn. Op 22 september 1949 is het zover. Er gaat een klein peloton renners op pad voor een rit over 120 km met toen na de oorlog nog slechte wegen en materiaal. Al gauw ontsnappen drie renners ,Joop Harmans ( de latere fietsenhandelaar van de kamperfoelieweg) en de gebroeders Harm en Joop Smits. Harm zal in de finale beide los rijden en zijn eerste en enige clubtitel halen. Slechts enkele renners halen de streep. Twee jaar later word hij prof ,verhuisd naar België en zal als wegrenner, stayer, zesdaagsenrenner (in 1957 wint hij met Peter Post de zesdaagse van Chicago)maar zal ook als gangmaker successen boeken. Ook gaf hij zijn naam aan een wedstrijd die op basis van handicaps werd verreden zodat ook de mindere goden er eens met de zege er van door konden gaan. Later werd dit een tijdrit op het parcours te Zuiderwoude. Broer Joop stopte niet veel later en heeft zich daarna bijna 40 jaar verdienstelijk gemaakt als voorzitter, jeugdvoorzitter, penningmeester(hij kwam de contributie thuis ophalen in de jaren na de oorlog)en niet te vergeten als vader van 3 fietsende zonen. Voor de schrijver van dit verhaal was ome Joop iemand die na zijn bestuursfuncties nog altijd mee ging naar de koers, de inschrijving deed ,met de bezem aan de hand in het vliegenbos stond ,lekker mopperen langs de kant van de criteriums en vooral iemand die mooie wedstrijdverslagen in het clubblad schreef.


In 1949 zien we Joop Kunst ,de nationale kampioen op de achtervolging van dat jaar clubkampioen worden ,evenals in 1950 . De 15 ronden van 11 km,dus 165 kilometer rijd hij voor de helft solo en wint met 4 minuten voorsprong op Henk Gersen die in 1952 kampioen zal worden . Joop Stakenburg word hier derde. In 1952 is het Willy Koster die net als in 1948 kampioen word. Op 23 augustus 1953 gaat de titel van dat jaar naar Lode Stoete die de 165 km rond Ilpendam in 4.47.09. aflegt en Wim Jun, Ton van Bockel, Arie van de Neut en Joop Boeljon voorblijft. Ene Peter Post rijd lek in dat kampioenschap. Twee jaar later klopt hij Benny Muller in de IJpolder en behaalt zijn tweede titel.In 1954 is het weer zo een achtervolger die de titel pakt, de nationale kampioen op de achtervolging van 1958 wint voor Dick Olivier en Peter Post die in zijn Ulysses-jaren alleen drie sprint-titels zal winnen. Na Adrie Kuyt in 1956 en Willem van Smirren in 1957 is het Henk Barbiers die de kampioen van 1958 word. Cees Rabe ,al jaren een vertrouwd gezicht in het juryhok van de Weeren komt dan in beeld, hij behaald veel podiumplaatsen in die jaren, maar wint op 14 juni 1959 voor Gerard Koel en Ton Oosterveld zijn titel. In 1960 is het voor de tweede keer Henk Barbiers voor weer Cees Rabe en Ad de Vries die in de tachtiger jaren nog voorzitter zal zijn. Een jaar later behaalt Gerard koel zijn eerste titel voor Ton van Bockel .Dan komen de jaren Bertus Raats, op 9 september 1962 in de Purmer voor Cees Rabe en Vinus Huenders, een jaar later doet Bertus het opnieuw voor Ton Oosterveld. Later zal Bertus zich verdienstelijk maken binnen de club als secretaris en redacteur, ook brengt hij de geschiedenis van het Amsterdamse wegwielrennen in kaart. .Op 10 mei 1964 word de 19 jarige nieuweling Peter Bronkhorst op kampioen, een groot talent die een jaar later bij een val in het olympisch stadion om het leven komt. Dan begint de story Gerard Koel, met Olympisch brons op zak van Tokio 64 wint hij drie titels op rij wat hem op een totaal van vier brengt waar mee hij nog steeds de recordhouder is.


Koel wint in 1965 na 120 km in Ilpendam ,hij klopt Bennie Schulte na 12 rondjes van 10 km. In 1966 is het ook raak ,gevolgd door 1967 met Cor Smits als 2e en Cees Pootjes 3e. Adel verplicht want "koeltje "is dan al prof geworden en heeft al 2 nationale titels op de weg-sprint op zak en zal later vooral op de baan actief zijn , twee zesdaagsen op zijn naam schrijven en drie keer nationaal sprintkampioen bij de profs worden. Ook zal hij na zijn carrière meer dan 25 jaar de NOS wagen in de Tour de France besturen. Na Joep van Immerseel in 1968 breekt de periode Ger Kohn aan. Eerst een titel in 1964 bij de C-categorie , maar dan wint de latere secretaris en voorzitter uit de jaren negentig drie titels op rij in de polders. Met Frank Bakhuysen en Frits Geus in 1972 en 1973 komen we aan bij Ton Oosterveld die bij zijn 16e deelname dan eindelijk kampioen word. Voor het laatst op de omlopen in de polder die bijna 30 jaar het strijdtoneel was .Gestart werd er afwisselend vanaf de veemarkt in Purmerend of bij cafe Laponder in Ilpendam om dan rondjes van 8 tot 15 km af te leggen. Roel Vinke word in 1975 clubkampioen op Sloten.

Dan gaan we op 18 april 1976 het Vliegenbos in , Peter Buys wint voor Ron Zieleman. In 1977 rijd Rene Smits solo naar de titel ,de tweede plek is voor Pieter Hoornstra en derde broer Joop, de huidige jeugd secretaris. 1978 is het Roel Vinke die als enige prof aan het vertrek staat en dan ook wint. Dan komen de sprinters aan bod, Rene Gomes in 1979 en Pieter Hoornstra in 1980. In 1981 een uitval op het eind van Robert Wentink die Rene Smits verwijst naar de tweede plek evenals het jaar daarvoor. Zes jaar na zijn titel bij de jeugd wint Rik Moorman het kampioenschap van de club 1982 door alleen aan te komen in het vliegenbos. 


In die jaren vertegenwoordigt Rik zes keer Nederland op het onderdeel ploegen-achtervolging bij het WK en gaat ook naar de olympische spelen van 1984 in Los Angeles. Nog meer solo,s met Rob Rabe op eerste paasdag 1983 voor Vinus Huenders op de tweede plek. Het is zeer warm in het vliegenbos op 18 april 1984 als Bob Rijkenberg na 110 km met een ronde voorsprong op Hans Reints kampioen word. Niet alle aanvallers worden beloond in die tijd want Andre Stuyfersant in de jaren zeventig en tachtig en Simon Honingh in de jaren daarna maakten vaak de wedstrijd en werden als niet sprinters nooit beloond. In 1985 klopt Arno Hoopman verassend Ralph Moorman in de eindsprint. Moorman die in de jaren daarna, 1986(100 km in 2.12 uur)voor Ton Zwirs en 1987 voor Arno Hoopman en Gerrie Smit twee keer de titel op zijn naam schrijft. In 1987 moet er uitgeweken worden naar een donderdagavond omdat er op dat moment met 20 amateurs en een overvolle kalender geen mogelijkheid is om op paas zondag te rijden. Ralph zal na tientallen overwinningen in klassiekers ,criteriums en diverse baantitels behaald te hebben ook nog twee jaar voor de Duitse profploeg Stuttgart uitkomen. Opnieuw zeer warm is het in 1988 als Henny Beyer kampioen word voor Carlo Nan en Marc Krook. In 1989 is het wederom Arno Hoopman voor Bob Rijkenberg. Een jaar later op 15 april 1990 gaat diezelfde Rijkenberg de geschiedenis in als de laatste kampioen in het vliegenbos. Zaterdag 7 september 1991 is de Weeren voor het eerst het decor van de titelstrijd, zonder brug nog de eerste twee jaren. Aanvaller pur sang Daan Bouquet grijpt de titel voor Jaap van de brink en Bob Rijkenberg. Bouquet wint in datzelfde jaar ook nog twee klassiekers Na Maurice de Bruyn in 1992 is het Roy Snijders in 1993 die in de stromende regen Michael Voogt klopt. Dan komen de jaren van de sprinters,Willem Blakborn voor Daan Bouquet in 1994 en een jaar later is het andersom. Ton Zwirs is weer terug op het oude nest,wint twee keer op rij in 1996 en 1997 en stopt vlak daarna na meer dan 100 overwinningen behaald te hebben waaronder vele klassiekers en de ronde van Luik. Schaatser Willem Blakborn stapt na een winter vol met marathons zo op de fiets en brengt zijn aantal titels op drie door in 1999 Maurice Steenbeek en in 2000 Ton van de Dries voor te blijven. Blakborn gezegend met een sterk eindschot was zeker in staat om het record van Gerard Koel te breken maar zal kort daarna met het oog op zijn schaatscarrière naar Inzell verhuizen. Ook tijdrijder Steven Mollee behaald twee titels, in 1998 en 2001 ,natuurlijk alleen vooruit. Zijn tweede titel door 10 km solo in de stromende regen te rijden. Dan Arnoud van Groen in 2002 die ondanks dat hij niet meer kan schakelen Ton van de Dries voorblijft. De huidige jeugdtrainer Florian Smits zal in 2003 gewoon wegrijden bij de gebroeders Huenders en alleen aankomen, in 2004 doet hij hetzelfde met Steven Mollee als tweede en Tim Boudrie op de derde plaats.Het kampioenschap van 2005 staat in het teken van de strijd tussen de enige twee elite-renners die de club op dat moment nog rijk is . Samen ontsnappen ze dan ook uit een peloton wat voornamelijk uit amateurs bestaat. De amateurs, junioren, beloften en elite rijden vanaf dit jaar samen voor een titel. Een titel die voor de tweede keer naar Arnoud van Groen gaat. Van Groen blijft in een millimetersprint Florian Smits net voor. Het jaar daarop pakt diezelfde Smits wel de titel voor de derde keer door na  een lange ontsnapping veteraan Rob Godfroid te kloppen in de sprint. Peter van Niekerk pakt de derde plaats. In 2007  gaan de renners van start zonder een uitgesproken favoriet. Geen elite-renners aan de start, wel amateurs, junioren en wat beloften. Na 80 km koers wint Leo Blakborn zeven jaar na zijn broer Willem het clubkampioenschap. Blakborn wint de sprint van een kopgroep van vijf die tien ronden voor het eind wegreed. Tweede word eerstejaars renner en junior Jan Lof en derde een andere junior Joep van Dijk derde. Het was toch het kampioenschap van de junioren want drie van de vijf uit de kopgroep kwamen uit die categorie. Met de toekomst zit het dus wel goed.

MarcKrook.


Erelijst clubkampioenen ARC Ulysses


1922 Jan Vleghaar

1923 Rein Adema

1924 Joop van de Aar

1925 Jan van Boven

1926 Willem Dompeling

1927 Willem Dompeling

1928 Chris Hendriksen

1929 Willem Dompeling

1930 Jan Roele

1931 Jan Roele

1932 Bas Bouquet

1933 Bap Bosman

1934 Willem de Fost

1935 Gerrit Schulte

1936 Jan Roele

1937 Ben van de Sluis

1938 Jan Boelenkamp

1939 Gerrie Loos

1940 Gerrie Loos

1941 Piet Bik

1942/43/44/45 niet verreden

1946 Harm Smits

1947 Arie Bruinsma

1948 Willy Koster

1949 Joop Kunst

1950 Joop Kunst

1951 Henk Gersen

1952 Willy Koster

1953 Lode Stoete

1954 Harrie Moolenijzer

1955 Lode Stoete

1956 Adrie Kuyt

1957 Willem van Smirren

1958 Henk Barbiers

1959 Cees Rabe

1960 Henk Barbiers

1961 Gerard Koel

1962 Bertus Raats

1963 Bertus Raats

1964 Peter van Bronkhorst

1965 Gerard Koel

1966 Gerard Koel

1967 Gerard Koel

1968 J. van Immerseel

1969 Gerrit Kohn

1970 Gerrit Kohn

1971 Gerrit Kohn

1972 Frank Bakhuysen

1973 Frits Geus

1974 Ton Oosterveld

1975 Roel Vinke

1976 Peter Buys

1977 Rene Smits

1978 Roel Vinke

1979 Rene Gomes

1980 Pieter Hoornstra

1981 Robert Wentink

1982 Rik Moorman

1983 Rob Rabe

1984 Bob Rijkenberg

1985 Arno Hoopman

1986 Ralph Moorman

1987 Ralph Moorman

1988 Henny Beyer

1989 Arno Hoopman

1990 Bob Rijkenberg

1991 Daan Bouquet

1992 Maurice de Bruin

1993 Roy Snijders

1994 Willem Blakborn

1995 Daan Bouquet

1996 Ton Zwirs

1997 Ton Zwirs

1998 Steven Mollee

1999 Willem Blakborn

2000 Willem Blakborn

2001 Steven Mollee

2002 Arnoud van Groen

2003 Florian Smits

2004 Florian Smits

2005 Arnoud van Groen

2006 Florian Smits

2007 Leo Blakborn

2008 Jan Lof

2009 Arnoud van Groen

2010 Florian Smits